Zorg en behandeling tijdens het laatste deel van uw leven

 

Er komt een moment waarop een patiënt niet meer beter kan worden. De arts kan er dan wel voor zorgen dat de patiënt zo min mogelijk pijn lijdt of andere ongemakken heeft, dat heet palliatieve zorg. Daarbij zijn alle handelingen erop gericht het de patiënt en diens naasten zo aangenaam mogelijk te maken en lijden te voorkomen.

 

Wat is lijden?

Lijden is persoonlijk en voor iedereen anders. Lijden kan bestaan uit lichamelijke klachten zoals pijn, jeuk, misselijkheid of benauwdheid. Maar het kan ook gaan over psychisch, sociaal en existentieel lijden. Palliatieve zorg is gericht op lijden te verlichten, en iemand waardig te laten sterven. De volgende vragen kunnen patiënten helpen duidelijk te krijgen welke (palliatieve) zorg zij willen. Wat vinden zij belangrijk? Waar ligt voor hen een grens?

  •   Welk lijden ervaart de patiënt nu

    Hoe beschrijft de patiënt op dit moment zijn of haar lijden? Over welke lichamelijke of psychische klachten en ongemakken vertelt de patiënt? Wat kan hij of zij als gevolg van de ziekte wel en niet meer? Welke zorg en ondersteuning krijgt hij of zij? Waarom gaat het niet meer en wil hij of zij dat het leven stopt of dat er een einde aan wordt gemaakt? Waar heeft hij of zij nog plezier in en is dat de moeite waard om verder te leven? Wat betekent het als dat waar hij of zij nog plezier in heeft niet meer kan? Wat is voor hem of haar ondraaglijk lijden? Weet hij of zij andere mogelijkheden om het lijden te verlichten?

  •   Voor welk lijden is de patiënt bang

    Toekomstig lijden is lijden dat er nog niet is, maar wel kan komen en waar de patiënt bang voor is. Bijvoorbeeld bij dementie, door erger worden van de ziekte, door afhankelijkheid worden. Het vooruitzicht te zullen lijden kan ondraaglijk lijden veroorzaken. Angst voor ondraaglijk lijden is niet hetzelfde als ondraaglijk lijden. Het is belangrijk dat de patiënt praat over zijn of haar angsten: waar is hij of zij bang voor, waarom en is de angst terecht? Wat wil hij of zij beslist niet (meer) meemaken? En waarom is dat zo? Heeft hij of zij ervaring met het lijden waar hij of zij bang voor is, bijvoorbeeld omdat hij of zij dit van nabij heeft meegemaakt?

Behandelingen ter verlichting van klachten

Een arts heeft verschillende behandelingen ter beschikking om pijn en andere klachten te verlichten.

  •   Palliatieve chemotherapie en radiotherapie

    Soms hebben patiënten die niet lang meer te leven hebben door kanker last van pijn of benauwdheid. Palliatieve chemotherapie of radiotherapie kan de klachten soms verlichten. Deze behandelingen kunnen heftige (voorbijgaande) bijwerkingen hebben.

  •   Symptoombestrijding

    Veel voorkomende lichamelijke symptomen in de palliatieve fase zijn misselijkheid/braken, vermoeidheid, anorexie (gebrek aan eetlust) en obstipatie (verstopping van de darmen). Op psychosociaal en spiritueel vlak komen angsten en depressies voor. Deze zijn vaak verbonden met verwerkingsproblematiek (over het ziek zijn, over het aanstaande sterven). Als de behandeling niet naar wens verloopt, kunnen artsen (of verpleegkundigen) een beroep doen op een consultatieteam palliatieve zorg (zie https://www.iknl.nl/palliatieve-zorg/consultatie en www.pallialine.nl).

  •   Palliatieve sedatie

    Palliatieve sedatie is het opzettelijk verlagen van het bewustzijn bij een patiënt in de laatste levensfase. Dit is geïndiceerd als er heftige symptomen zijn waar de patiënt onder lijdt en die niet op een andere manier verminderd kunnen worden. Dit mag alleen als de arts verwacht dat de patiënt minder dan 2 weken te leven heeft. Met palliatieve sedatie wordt het bewustzijn van de patiënt door medicijnen zodanig verlaagd dat deze niets meer van de klachten merkt. De patiënt kan tijdelijk gesedeerd worden, met tussenpozen, oppervlakkig (de patiënt ligt te soezen) of diep.

     

    Als er continu gesedeerd wordt, dan is dat tot aan het moment van overlijden. De patiënt overlijdt niet door de medicijnen of door een tekort aan vocht. De patiënt komt te overlijden als gevolg van de levensbedreigende ziekte(n). Dit wordt als een natuurlijk overlijden beschouwd. Het besluit om te starten met palliatieve sedatie wordt door de arts genomen. De arts doet dat zoveel als mogelijk in overleg met de patiënt of diens familie. De patiënt of de familie van de patiënt kan niet kiezen voor palliatieve sedatie maar de patiënt of diens vertegenwoordiger mag deze manier om klachten te verlichten wel weigeren.

  •   Morfine

    Morfine is een medicijn waardoor een patiënt minder pijn heeft of minder benauwd is. Als een patiënt veel morfine krijgt, kan hij of zij daar soms voor een tijdje suf van worden. Bij ouderen en bij patiënten met een slecht werkende nierfunctie is een verhoogd risico op een delier aanwezig. Er bestaan veel misverstanden over morfine:

     

    • Morfine is niet bedoeld om een patiënt bewusteloos te maken.
    • Morfine verkort meestal niet het leven van de patiënt, ook niet als een patiënt morfine in hoge doseringen krijgt, mits deze zijn afgestemd op de mate van pijn of benauwdheid.
    • Morfine afhankelijkheid speelt in de laatste levensfase geen rol.
    • Morfine is niet het middel waarmee een arts palliatief sedeert. Het komt wel regelmatig voor dat een patiënt morfine krijgt tijdens het palliatief sederen om pijn- of benauwdheidsklachten te bestrijden.

Tijdig praten over het levenseinde

Rick Verschure: ,

‘Ik ga voor het beste en bereid me voor op het slechtste’

 

Lees meer

16

Rick Verschure:

‘Ik ga voor het beste en bereid me voor op het slechtste’

 

Lees meer